2 zwenkwielen / 2 bokwielen

Een van de meest gebruikte onderstellen voor karren en trolleys is de combinatie van twee bokwielen en twee zwenkwielen. Je krijgt daarmee het beste van twee werelden. De kar is stabiel en spoorvast wanneer je rechtuit rijdt, maar je kunt nog steeds sturen en manoeuvreren via de zwenkwielen.
Wat doet dit met het rijgedrag?
1) Je hebt een natuurlijke rijrichting
De bokwielen kunnen niet zwenken, ze rollen alleen in hun vaste richting. Daardoor bepalen ze als het ware het spoor van de kar. Resultaat: rechtuit rijden voelt rustiger en voorspelbaarder dan bij vier zwenkwielen, omdat er altijd twee wielen zijn die de koers vastleggen.
2) Sturen werkt als een winkelkar, zwenkwielen volgen
De zwenkwielen zorgen ervoor dat de kar kan draaien. In een bocht draaien die zwenkwielen mee en zoeken ze hun uitlijning, terwijl de bokwielen de kar rond trekken over hun vaste baan. Je krijgt dus een duidelijk stuurgevoel.
3) Kleinere kans op fladderen dan bij 4× zwenk
Doordat maar twee wielen kunnen zwenken, gedraagt de kar zich meestal rustiger, vooral als je wat harder rijdt. De kans dat wielen gaan trillen is kleiner. Dat kan nog steeds gebeuren bij speling, slechte lagers, te weinig gewicht op de zwenkwielen of een te hoge snelheid, maar in de basis is deze opstelling stabieler.
4) Draaicirkel is groter dan bij 4× zwenk
je kunt niet op de plaats draaien. De bokwielen moeten hun vaste richting blijven volgen, dus je bocht heeft altijd een zekere radius. Hoe langer de wielbasis (afstand tussen bok- en zwenkwielen), hoe groter de draaicirkel.
4 zwenkwielen

Als je maximale wendbaarheid wilt dan is het een onderstel met vier zwenkwielen. Je ziet dit veel bij werktafels, verrijdbare kasten, lichte trolleys en flightcases. Op elke hoek een wiel dat vrij kan zwenken. Het resultaat is een platform dat je in principe in elke richting kunt bewegen, zonder dat er een vaste voor of achter is.
Wat doet dit met het rijgedrag?
1) Je draait bijna op de plaats
Omdat elk wiel kan zwenken, kan de kar zich bij een bocht zo positioneren dat alle wielen in een passende richting staan. In een kleine ruimte is dat ideaal. Je kunt een kar insteken, zijwaarts verplaatsen en heel nauwkeurig positioneren.
2) Rechtuit rijden voelt minder spoorvast
Een minpunt van 4× zwenk is dat er geen wiel is dat de koers bepaalt. Bij 2 vaste + 2 zwenk sturen de vaste wielen de rijrichting, bij 4× zwenk moet de koers ontstaan uit jouw duwkracht en uit het moment waarop de wielen zich uitlijnen. Daardoor kan de kar bij aanzetten of bij kleine correcties even zoeken voordat hij netjes rechtuit loopt. Kleine verschillen in rolweerstand per wiel (wielmateriaal, belasting) versterken dat zoekgedrag.
3) Starten en keren geeft een uitlijnmoment
Als de kar stilstaat, staan de zwenkwielen meestal niet allemaal netjes uitgelijnd. Zodra je begint te duwen, draaien ze eerst naar de rijrichting. Daardoor voelt de start soms even onrustig. De kar kan kort een beetje zijwaarts trekken, waarna hij soepeler en stabieler rolt zodra de wielen zijn uitgelijnd.
4) Gevoeliger voor trillen en fladderen
Met vier zwenkwielen heb je veel vrijheid in het systeem. Bij hogere snelheid, een lichte belasting, oneffenheden of speling in lagers kan een of meerdere wielen gaan fladderen.
2 bokwielen / 4 zwenkwielen

Als je een kar hebt die lang, zwaar of gevoelig is voor doorbuiging, dan kom je al snel uit bij een onderstel met zes wielen. Twee bokwielen en vier zwenkwielen. Het is een opstelling waarmee je bewust stuurt op drie doelen tegelijk: draagvermogen, stabiliteit en bruikbare wendbaarheid.
Wat doet dit met het rijgedrag?
1) Je krijgt een duidelijke koers, zonder dat de kar log wordt
De bokwielen geven een vaste rijrichting. Dat merk je vooral op langere stukken. De kar voelt minder zoekend dan een platform met alleen zwenkwielen. Tegelijk houden de vier zwenkwielen de boel manoeuvreerbaar bij positioneren en kleine correcties.
2) Bij bochten ontstaat een mix van rollen en meeschuiven
In een ideaal geval draaien de zwenkwielen netjes mee en volgt de kar soepel. In de praktijk is een zeswiel onderstel vaak een compromis, niet elk wiel rolt precies in zijn perfecte richting. Zeker bij strakke bochten kan er scrub ontstaan (lichte zijwaartse slip) omdat niet elk wiel in dezelfde bocht exact zijn ideale rolrichting kan aannemen. Dat merk je aan wat zwaarder sturen, soms gevolgd door een korte schok als een zwenkwiel weer in lijn komt.
3) Het rijgedrag wordt sterk bepaald door de belastingverdeling
Bij 4-wiel onderstellen kun je nog redelijk wat tolerantie hebben. Bij 6 wielen is de vraag: dragen ze allemaal mee?
Als een of twee wielen minder belast worden, dan verandert het gedrag direct:
-
Sturen kan plots zwaarder of juist nerveuzer worden.
-
Zwenkwielen zoeken sneller hun richting.
-
Bij het wegrijden voelt het soms wat schokkerig.
4) Minder gevoelig voor fladderen dan 6× zwenk, maar niet immuun
Omdat er bokwielen in het systeem zitten, houdt de kar makkelijker koers dan bij een onderstel met alleen zwenkwielen. Toch kan onrust ontstaan als zwenkwielen te licht belast zijn, als er speling in zwenkhuizen zit, of als je snelheid hoog is op een oneffen vloer.
4 bokwielen
Een onderstel met vier bokwielen is de meest railachtige configuratie die je kunt kiezen. Alle wielen rollen maar in één richting en kunnen niet zwenken. Je ziet dit vooral bij toepassingen waar rechtuit rijden en stabiliteit onder belasting belangrijker zijn dan manoeuvreren, of waar de kar onderdeel is van een vaste logistieke flow.

Wat doet dit met het rijgedrag?
1) Rechtuit is dit de meest stabiele opstelling
Omdat geen enkel wiel kan draaien, is het rijgedrag zeer voorspelbaar. Duw je rechtuit, dan rolt hij rechtuit. Er is geen uitlijnmoment zoals bij zwenkwielen, en er is weinig zoekgedrag. Dit voelt strak en gecontroleerd, zeker bij zware ladingen.
2) Bochten zijn niet sturen, maar forceren
Dit is de kern. Met 4× bok kun je niet sturen zoals bij zwenkwielen. Als je toch wilt draaien, moeten de wielen zijwaarts slippen, of moet het frame licht vervormen, of je moet de kar liften. In de praktijk betekent dit:
-
Grote weerstand in bochten, zeker op ruwe of stroef rubberen wielen.
-
Snellere bandenslijtage door schurende krachten.
-
Meer belasting op bevestigingen en frame.
3) Gevoelig voor vloeroneffenheden en toleranties
Op een normale vloer dragen vier vaste wielen zelden allemaal evenveel gewicht. Bij kleine hoogteverschillen kan een wiel ontlast raken, waarna het platform:
-
Kan wiebelen (diagonale kanteling).
-
Klem kan lopen als een wiel net tegenwerkt.
4) Zijwaarts corrigeren kan nauwelijks
Bij 4× zwenk kun je een platform nog een beetje zijwaarts schuiven door de wielen te laten uitlijnen. Bij 4× bok is elke correctie buiten de rijrichting letterlijk een schuifbeweging over de band. Dat maakt nauwkeurig positioneren in krappe ruimtes lastig.
1 zwenkwiel / 2 bokwielen

Een onderstel met drie wielen – twee bokwielen en één zwenkwiel – is een interessante niche. Je kiest dit niet primair voor maximale wendbaarheid of topsnelheid, maar voor voorspelbaar contact met de vloer en eenvoud. Denk aan lichte karren, compacte hulpmiddelen of toepassingen waar een vierwieler vaak wiebelt door toleranties of oneffenheden.
Wat doet dit met het rijgedrag?
1) Geen gewiebel: drie punten staan altijd vlak
Het grote voordeel van drie wielen is puur mechanisch: drie punten definiëren altijd een vlak. Waar een vierwiel-onderstel op een ongelijke vloer vaak op drie wielen leunt en een wiel zweeft, staat een driepunts-onderstel altijd stabiel. Dat geeft rust bij stilstand en voorkomt dat een kar irritant tikt of wiebelt.
2) Rechtuit is koersvast, maar minder strak dan 4× bok
De twee bokwielen bepalen de basisrichting. Daardoor rijdt de kar redelijk voorspelbaar rechtuit. Tegelijk is er maar een zwenkpunt dat zich moet uitlijnen, dat kan bij aanzetten een klein zoekmoment geven, maar doorgaans minder uitgesproken dan bij een volledig zwenkend onderstel.
3) Sturen kan, maar je hebt minder hefboom
Met maar een zwenkwiel heb je minder stuurcapaciteit dan bij twee zwenkwielen. Het platform wil vooral de richting van de bokwielen volgen, en het zwenkwiel zoekt daar achteraan (of ervoor, afhankelijk van plaatsing). Bochten gaan dus wel, maar:
-
je draaicirkel is meestal groter.
-
Bij lage snelheid of zware last kan het sturen wat stroef voelen.
4) Belastingsverdeling is kritischer dan je denkt
Omdat je maar drie wielen hebt, draagt elk wiel relatief veel. Als het zwenkwiel te licht belast is, kan het onrustig uitlijnen of slippen; is het juist te zwaar belast, dan kan het sturen zwaar worden en neemt slijtage toe.
Ons assortiment
Ontdek ons uitgebreide assortiment hoogwaardige zwenkwielen en wielen die zorgvuldig zijn ontworpen met aandacht voor lage rolweerstand en optimale prestaties in verschillende omgevingen en toepassingen. Wij bieden oplossingen die voldoen aan uw eisen en verwachtingen op basis van van kwaliteit en betrouwbaarheid. Mocht u meer informatie willen over de mogelijkheden, neem dan vrijblijvend contact met ons op via [email protected], +31 (0)26 383 5988 of live chat.